Miljoenennota 2014

Minder nadruk op internationale samenwerking

In zijn allereerste troonrede gaf Koning Willem-Alexander aan dat “de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.” In tegenstelling tot de troonrede van Koningin Beatrix vorig jaar kwam internationale samenwerking maar mondjesmaat aan bod. De Koning refereerde aan het einde van zijn troonrede kort aan de nieuwe samenspan tussen ontwikkelingssamenwerking en handel. Hoe vindt dit zijn uitwerking in de begroting van Buitenlandse Zaken voor 2014? Een overzicht.
 
Door op de ingeslagen weg
De buitenlandbegroting laat zien dat het kabinet de hervormingen in het buitenlandbeleid voortzet in lijn met de nota Wat de Wereld Verdient, die minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking eerder dit jaar presenteerde. De nieuwe gecombineerde ministerpost van hulp en handel heeft gevolgen voor de indeling van de begroting. Zo zijn de budgetten van internationale handel overgeheveld van de begroting van Economische Zaken. Daarnaast volgt de begrotingsindeling in grote lijnen de beleidsprioriteiten: voedselzekerheid en water, seksuele reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en vrouwenrechten, en vrede en stabiliteit. 
 
Dutch Good Growth Fund
In de nota van Ploumen is voor de periode van 2014 tot 2017 750 miljoen euro voor het Dutch Good Growth Fund uitgetrokken. Dit fonds verstrekt leningen aan ondernemers in lage- en middeninkomenslanden en aan Nederlandse bedrijven die willen samenwerken met bedrijven in deze landen of hier naar willen exporteren. In 2014 staat in plaats van de aangekondigde 250 miljoen euro nu 100 miljoen euro begroot. Daarbij is het nog onduidelijk hoeveel van het budget uit het ontwikkelingssamenwerkingsbudget komt en hoeveel uit andere middelen voor het buitenlandbeleid. 
 
Minder multilaterale en bilaterale hulp
Multilaterale organisaties, zoals UNICEF of UNDP, en internationale financiële instellingenkrijgen de hardste klappen te verduren; de Nederlandse bijdrage gaat in 2014 met ruim 240 miljoen euro omlaag. Wat betreft bilaterale hulp richt Nederland zich, in lijn met voorgaande jaren, op minder partnerlanden. De vijf landen die in 2014 de meeste ontwikkelingssamenwerkingsgelden van het kabinet ontvangen zijn Ethiopië (61,5 miljoen euro), Bangladesh (60 miljoen euro), Rwanda (50,7 miljoen euro), Zuid-Soedan (44 miljoen euro) en Mozambique (40,4 miljoen euro). 
 
ODA naar 0,6 procent
Het budget voor ontwikkelingssamenwerking, ook wel bekend als het ODA-budget, is de afgelopen jaren gedaald. In 2009 stond ODA als percentage van Bruto Binnenlands Product (BBP) nog op 0,8 procent. In 2013 is dit percentage gedaald naar 0,68 procent, waarmee Nederland voor het eerst afwijkt van de afgesproken VN-norm van 0,7 procent. In 2014 bedragen de beoogde overheidsuitgaven voor ontwikkelingssamenwerking ruim 3,7 miljard euro, dit is een bezuiniging van bijna 1 miljard ten opzichte van eerdere ramingen. In het Regeerakkoord was een bezuiniging van 750 miljoen euro al aangekondigd. Daarnaast neemt het budget 236 miljoen extra af, omdat de hoogte van ODA samenhangt met het BBP. Dat valt in 2014 lager uit dan verwacht en dus zakt het hulpbudget mee. Als de voorspellingen van het Centraal Plan Bureau uitkomen, bedraagt het BBP in 2014 613 miljard euro. Hiermee staat het ODA-budget in 2014 gelijk aan 0,6 procent, terwijl dit percentage volgens de nota van Ploumen in 2014 0,68 procent zou blijven bedragen.
 
Bezuinigingen raken ook prioriteitsgebieden
Vorig jaar investeerde het kabinet nog in de vier prioriteiten, themagebieden waarop Nederlandse kennis en ervaring meerwaarde heeft, maar dit jaar zijn de bezuinigingen ook hier voelbaar. Het budget gaat aanzienlijk omlaag voor voedselzekerheid (90 miljoen euro) en water en sanitatie (65 miljoen euro). Op het SRGR budget van bijna 400 miljoen wordt relatief weinig bezuinigd (15 miljoen euro) en ook het budget voor het versterken van vrouwenrechten blijft nagenoeg gelijk. Voor de vierde beleidsprioriteit maakt Nederland 5 miljoen extra beschikbaar voor vrede en stabiliteit, terwijl rechtstaatontwikkeling, democratisering en corruptiebestrijding 140 miljoen euro wordt gekort. In lijn met de nota van Ploumen maakt Nederland in 2014 250 miljoen euro beschikbaar voor het nieuwe Budget voor Internationale Veiligheid (BIV). Dit budget richt zich op burgerbescherming, voorkoming of beheersing van menselijke crises en bevordering van veiligheid en stabiliteit in arme landen. Maar ook hiervoor  is nog onduidelijk wat uit ODA zal worden betaald en wat uit andere middelen voor internationaal beleid.
 
Klimaatgelden
Op de post over duurzame omgang met natuurlijke hulpbronnen en de aanpak van klimaatverandering wordt in 2014 100 miljoen euro bezuinigd. Daar tegenover neemt het kabinet zich voor om in 2014 binnen de beleidsprioriteiten 340 miljoen aan ‘klimaatrelevante’ uitgaven te doen in ontwikkelingslanden. Maar dit bedrag is afhankelijk van de inzet van andere landen uit de Europese Unie. 
 
Voortzetting bezuinigingen op sociaal terrein
De bezuinigingen op onderwijs, die twee jaar geleden zijn ingezet, gaan door. In 2014 wordt er hierop 63 miljoen extra bezuinigd. Ook wetenschappelijk onderwijs in internationaal verband krijgt 5 miljoen euro minder. In tegenstelling tot vorig jaar blijft het budget voor de versterking van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden en in Nederland nagenoeg gelijk. Maar het kabinet richt zich hierbij meer op het zuidelijk maatschappelijk middenveld. Het budget voor humanitaire hulp blijft in 2014 gelijk, tegenover een daling van bijna 18 miljoen euro in 2013.
 
Participatiesamenleving over de grens
De begroting wijst er op dat de weg uit de crisis vooral via het buitenland zal lopen. Buitenlandse handel en investeringen brengen geld in het laatje, creëren werkgelegenheid en zorgen voor nieuwe kennis en innovatie. Verder stelt de  begeleidende tekst bij de begroting dat veel Nederlanders ondanks de crisis actief blijven in het tegengaan van armoede in de wereld. Nederlandse bedrijven en universiteiten zoeken naar oplossingen voor mondiale vraagstukken als water en voedselzekerheid. Goede doelen organisaties maken zich hard voor mensenrechten en arbeidsomstandigheden in lage- en middeninkomenslanden. Kortom, de participatiesamenleving blijkt ook voor het buitenlandbeleid belangrijk om bij te dragen aan armoedebestrijding en de aanpak van grensoverschrijdende milieuvraagstukken. 
 
Meer reacties lezen over de Miljoenennota 2014: