Te weinig tijd voor wereldburgerschap

Een grote meerderheid van de leraren vindt mondiaal burgerschap een belangrijk onderwerp voor het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs (resp. 80% en 74%). Toch heeft het onderwerp op slechts 32% van de basisscholen en 26% van het voortgezet onderwijs een structurele plek in het curriculum. Wat zijn de belangrijkste belemmeringen rondom mondiaal burgerschap in het onderwijs en hoe denken leraren hierover? NCDO onderzocht, in samenwerking met ResearchNed, de mening en werkwijze van ruim 1.500 leraren en bijna 300 schoolleiders over mondiaal burgerschap in het basis- en voortgezet onderwijs. Vandaag, 13 juni wordt het onderzoek tijdens een trainingsdag voor het onderwijs in Amsterdam gepubliceerd.

Slechts de helft van de leraren geeft de eigen school een voldoende voor de aandacht die er is voor mondiaal burgerschap. De belangrijkste belemmering is tijdgebrek. In het basisonderwijs speelt ook de complexiteit van de onderwerpen een rol.

Zou mondiaal burgerschap dan een verplicht onderdeel moeten zijn van het curriculum? Een minderheid van de leraren in het basis- en voortgezet onderwijs is het hier mee eens (resp. 36% en 35%). Leraren van gerelateerde vakken, bijv. aardrijkskunde, economie, en cultuur- en maatschappijvakken zijn het er vaker mee eens (44%).

Leraren besteden in de les vooral aandacht aan het aanleren van vaardigheden voor mondiaal burgerschap. Buiten de lessen gaat het vaak om inzamelingen en projecten voor goede doelen. Thema’s die vooral aan de orde komen zijn identiteit, vrede en conflict (binnen het basisonderwijs) en diversiteit, duurzaamheid en identiteit (binnen het voortgezet onderwijs). Het merendeel van de leraren vindt het daarbij belangrijk dat de lessen aansluiten bij de actualiteit.

Zie hier het volledige onderzoek