Na de millenniumdoelen

Sinds het ontstaan in 2001 worden er levendige debatten gevoerd over het bestaansrecht van de millenniumdoelen. De kritiek op de doelen uit zich op verschillende manieren.

Zo menen critici onder meer dat de doelen te weinig aandacht besteden aan de verplichtingen van de wésterse landen, dat er belangrijke thema's zoals vrede en veiligheid, milieu en klimaatverandering en mensenrechten ontbreken, dat er geen rekening is gehouden met de grote verschillen tussen landen, dat ongelijkheid binnen landen nauwelijks aan de orde komt en dat de mondiaal geformuleerde doelen geen eerlijk beeld geven van de winst die in afzonderlijke landen is geboekt. Zie voor een overzicht van deze kritiek de bijlage Thinking Ahead van Martens (2010) onderaan deze pagina.

Ondanks alle kritiek staan de millenniumdoelen al jarenlang hoog op de internationale ontwikkelingsagenda en zijn ze steeds vertrekpunt van discussies over eventuele alternatieven.

Hoewel de VN alles op alles zet om de millenniumdoelen tot einddoel 2015 hoog op de agenda te houden wordt er inmiddels door zowel critici als pleitbezorgers van de millenniumdoelen stevig nagedacht over wat er ná 2015 moet gebeuren met de millenniumdoelen en welke onderwerpen op de zogeheten post-2015-agenda zouden moeten komen te staan.

Grote veranderingen
Vrijwel alle commentatoren zijn het er over eens dat de millenniumdoelen na 2015 niet ongewijzigd kunnen worden voortgezet. Daarvoor is de wereld sinds het einde van de jaren 90 teveel veranderd.

In de eerste plaats hebben verschillende grote crises grote en toenemende impact op ontwikkelingsvraagstukken. De economische, financiële, voedsel- en klimaatcrises van de afgelopen jaren hebben de internationale verhoudingen flink op zijn kop gezet. Terwijl de voedsel- en economische crisis voor het ene ontwikkelingsland desastreus uitpakken, ontspringen andere ontwikkelingslanden juist de dans en beleven zij een ongekende economische groei. De crises hebben laten zien dat de grote problemen van de 21ste eeuw mondiale problemen zijn, en dat ook ontwikkelingsvraagstukken alleen met een mondiale aanpak effectief kunnen worden aangepakt.

In de tweede plaats eisen de opkomende economieën steeds meer invloed op het internationale toneel. De rol van de westerse G7 wordt kleiner, terwijl die van de G20 (met daarin voormalige ontwikkelingslanden als China en India) in aanzien stijgt. De discussies in de jaren 90 over hoe de millenniumdoelen eruit zou moeten komen te zien werden vooral in de westerse wereld gevoerd. Vandaag de dag (en zeker in de nabije toekomst) zullen de opkomende economieën een steeds zwaardere stem opeisen in deze discussies.

In de derde plaats is een demografische kentering zichtbaar: waar eind jaren 90 het leeuwendeel van de allerarmsten in de minst ontwikkelde landen woonden, zijn die nu te vinden in de (nieuwe) middeninkomenlanden als China, Indonesië, Brazilië en India. Deze groep armen wordt ook wel de New bottom Billion genoemd (Sumner 2011). Een nieuwe ontwikkelingsstrategie zou dan ook verder moeten kijken dan het traditionele donor-ontvangermodel (geldstroom van rijke naar arme landen). De allerarmste landen zullen nog steeds afhankelijk zijn van (traditionele) hulp, terwijl de armen in de nieuwe middeninkomenslanden die zelf ook donorlanden zijn geworden meer gebaat zouden kunnen zijn met andere vormen van ondersteuning.

In de vierde plaats leefden eind jaren 90 de meeste mensen wereldwijd in landelijke gebieden. Inmiddels wonen de meeste mensen juist in de stedelijke gebieden. Ook deze verschuivingen hebben consequenties voor de inrichting van een nieuw ontwikkelingsmodel. In de millenniumdoelen is nog te weinig rekening gehouden met beleid dat zich specifiek op de groeiende groep armen in de steden richt.

In de discussies over de post-2015-agenda en de formulering van toekomstige ontwikkelingsdoelen kan men niet langer heen om deze ingrijpende veranderingen.

Drie mogelijke varianten
Momenteel zijn in de discussies over de toekomst van de millenniumdoelen ruwweg drie varianten te onderscheiden:

  1. Behoud van de huidige acht millenniumdoelen, maar uitgebreid met nieuwe indicatoren (MDG 20/25)
  2. Behoud van een aantal millenniumdoelen, maar uitgebreid met nieuwe doelen (MDG+)
  3. Formulering van nieuwe doelen in een nieuw ontwikkelingsmodel (One world)
    Sumner (2011) vat de drie aldus samen: ‘more of the same, something that builds on the MDGs, or something completely new’.

De eerste variant wordt wel de ‘MDG 2020/2025’-variant genoemd. Bij deze variant krijgen de huidige millenniumdoelen een nieuwe einddatum (bijvoorbeeld 2020 of 2025) en blijven de doelen bestaan zoals ze zijn opgesteld in 2001, met alleen enkele licht gewijzigde indicatoren. Voordeel hiervan is dat eindeloze discussies over nieuwe ontwikkelingsmodellen vermeden kunnen worden en dat de energie van de internationale gemeenschap vooral in het nakomen van de beloftes zou komen te zitten. Nadeel is dat deze variant te weinig oog heeft voor de boven genoemde grote veranderingen die hebben plaats gevonden sinds eind jaren 90.

De tweede variant wordt de ‘MDG+’-variant genoemd. Hierbij wordt voortgeborduurd op een aantal bestaande millenniumdoelen, alleen is er veel meer ruimte voor nationale ontwikkelingsprogramma’s. Naast mondiaal geformuleerde ontwikkelingsdoelen kunnen landen zelf in grote mate hun eigen doelen en indicatoren formuleren. Hierbij wordt dus tegemoet gekomen aan kritiek op de ‘one size fits all’ benadering van de millenniumdoelen, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de grote verschillen die er bestaan tussen de landen. Naast een aantal kerndoelen (kindersterfte, onderwijs, gezondheid) zouden in deze variant nieuwe doelen kunnen worden opgenomen als veiligheid en mensenrechten. Nadeel van deze variant is dat het allesbehalve eenvoudig zal zijn om internationale consensus te krijgen over nieuw te formuleren doelen. De totstandkoming van de huidige acht millenniumdoelen was al een zeer moeizaam proces (zie hierover ook het artikel Geschiedenis van de millenniumdoelen).

De derde variant is de meest ambitieuze, en ook op dit moment de meest abstracte: de ‘One world’ of ‘Global challenges’-variant. Hierin zouden de millenniumdoelen worden vervangen door een heel nieuw ontwikkelingsmodel waar mondiale publieke goederen een centrale rol innemen. Ontwikkeling die rekening houdt met het klimaat gekoppeld aan armoedebestrijding is in deze variant van groot belang. Veel meer aandacht dan in de andere varianten zou er in de One World-benadering moeten zijn voor een eerlijkere verdeling van de welvaart, milieu, klimaatadaptatie en mensenrechten. In de woorden van Andy Sumner:

“ It would build a global agreement binding both north and south, with poverty targets for the south and sustainable consumption targets for the north. This would thus build on the oft-neglected MDG 8 on global partnerships, and provide the basis for a genuinely new multilateralism to deal with global development in a more hostile climate. It could focus on global public goods and global issues, of which extreme poverty and climate-resilient development are central, or it could focus on the national dimensions in development in both north and south.”

Wel geeft Sumner toe dat deze variant het moeilijkst zal zijn om te verwezenlijken. Daarom suggereert hij dat het in 2015 wellicht het beste zou zijn de Millenniumverklaring eenvoudigweg te herbevestigen, en via een proces van politiek compromis de doelen verder te ontwikkelen. Men zou dan een kerngroep van millenniumdoelen zoals (inkomens)armoede, honger, onderwijs en kindersterfte kunnen behouden en daar nieuwe -realistische- mondiale doelen met regionale en nationale subdoelen daaronder aan toe kunnen voegen. Ook zouden enkele Oneworld-indicatoren gebaseerd op mondiale publieke goederen zoals de uitroeiing van besmettelijke ziektes en aanpassing aan klimaatverandering kunnen worden toegevoegd. Hierdoor lijkt Sumner te pleiten voor een combinatie van de 'MDG+' en de 'Oneworld'-benadering.

Advies van de AIV
Op 16 mei 2011 bracht de Adviesraad Internationale Vraagstukken haar advies ‘Ontwikkelingsagenda na 2015: Millennium Ontwikkelingsdoelen in Perspectief’ uit aan de regering. In het advies bepleit de AIV voor de periode na 2015 zowel een vervolg op als een forse vernieuwing van de millenniumdoelen.

De AIV wil de positieve aspecten van de doelen zoveel mogelijk behouden. Belangrijke pluspunten van de millenniumdoelen zijn volgens de AIV ‘een aanzet tot een wereldwijde consensus, communiceerbaarheid, universele indicatoren en het opbouwen van statistische gegevens in de vorm van zogenaamde ‘nulmetingen’ en meetbare resultaten’.

Wel stelt de AIV voor de bestaande acht doelen te beperken tot maximaal vier of vijf clusters van doelen, door bijvoorbeeld de gezondheidsdoelen samen te voegen. Ook kunnen maximaal twee of drie (clusters van) doelen worden toegevoegd, zoals vrede en (sociale) veiligheid. Daarnaast is de AIV van mening dat een duidelijke verbinding moet worden gemaakt tussen de millenniumdoelen en de mondiale publieke goederen. Tenslotte moeten mensenrechten en gender-issues in alle onderdelen van zo’n nieuw systeem worden opgenomen.

Van groot belang is om de ontwikkelingslanden veel meer te betrekken in een consultatief proces dat tot een nieuwe ontwikkelingsstrategie moet leiden. Daarom is de AIV in dit advies dan ook ‘terughoudend met het voorstellen van een alomvattende blauwdruk voor een post-2015-systeem’.

Het advies van de AIV lijkt zo het meest aan te sluiten bij de ‘MDG+’-variant, waarbij de Raad elementen uit de ‘One World’-benadering wil integreren door duidelijk te pleiten voor een verbinding tussen traditionele ontwikkelingsdoelen en de nieuwe mondiale publieke goederen. En net als Sumner beveelt de AIV aan om de Millenniumverklaring als basis te handhaven voor een nieuwe strategie.

De komende jaren zal duidelijk worden aan welke ontwikkelingsstructuur de internationale gemeenschap de voorkeur zal geven voor de periode na 2015. Dat dit proces geen gemakkelijke opgave zal worden staat nu al vast.

Bronvermelding / meer informatie

  • More Money or More Development: What Have the MDGs Achieved? Charles Kenny en Andy Sumner. Working paper 278 Center for Global Development (12 december 2011)
  • What are the options for Millennium development Goals 2.0? Andy Sumner in Global Policy Journal (17 februari 2011)
  • The New Bottom Billion: What If Most of the World's Poor Live in Middle-Income Countries? Andy Sumner CGD Brief (maart 2011)
  • Ontwikkelingsagenda na 2015. Millennium ontwikkelingsdoelen in perspectief. Adviesraad Internationale Vraagstukken (april 2011)
  • Thinking ahead. Development Models and Indicators of Well-being Beyond the MDGs’ Jens Martens in Dialogue on globalization (november 2010)
  • After 2015: progress and challenges for development. Claire Melamed en Lucy Scott Background note ODI (maart 2011)
  • The post-Washington Consensus: Development after the crisis. Nancy Birdsall en Francis Fukuyama in Foreign Affairs (maart/april 2011)
  • The future of the mdgs from global poverty to national development? David Hulme in The Broker Online (september 2010)
  • Op OneWorld.nl een discussie over wat we na 2015 moeten doen, als de milleniumdoelen bereikt moeten zijn.