Millenniumdoel 4

Minder kindersterfte

Het percentage kinderen dat voor hun vijfde jaar overlijdt moet in 2015 met tweederde zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. In dat jaar stierven wereldwijd 12,4 miljoen kinderen jonger dan vijf jaar oud.

De hoge kindersterfte heeft verschillende oorzaken. Veel kinderen overlijden aan ziektes die voorkomen of genezen hadden kunnen worden, zoals diarree, mazelen, longontsteking en malaria. Toegang tot medicijnen, vaccinaties, een goede hygiëne en een goede gezondheidszorg is noodzakelijk om deze ziekten te helpen bestrijden.

Voortgang

(laatste update: juli 2013)

Winst
In 2011 is de kindersterfte onder kinderen jonger dan vijf jaar gedaald naar 6,9 miljoen kinderen. Beduidend minder dan de 12,4 miljoen kinderen in 1990, maar nog steeds onaanvaardbaar veel.
Het kindersterftecijfer daalde wereldwijd van 87 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen in 1990 naar 51 per 1000 in 2011. In andere woorden, elke dag sterven er 14.000 kinderen minder. In ontwikkelingsregio’s is het kindersterftecijfer tussen 1990 en 2011 afgenomen van 97 naar 57 kinderen. In vijf van de negen ontwikkelingsregio’s liep het percentage kinderen dat voor hun vijfde levensjaar overlijdt terug met meer dan vijftig procent. In Oost-Azië daalde het sterftecijfer van 48 naar vijftien, in Latijns-Amerika van 53 naar negentien, en in Noord-Afrika van 77 naar 25. Oost-Azië en Noord-Afrika hebben daarmee het vierde millenniumdoel al behaald.

Het grote merendeel van de kinderen die voor hun vijfde levensjaar overlijden wonen in de armste regio’s, sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië. Maar ook in deze ontwikkelingsgebieden, die in 2011 samen 83 procent (5,7 miljoen) van de wereldwijde kindersterfte voor hun rekening namen, daalden de cijfers. In sub-Sahara Afrika daalde het sterftecijfer tussen 1990 en 2011 met 39 procent, van 178 naar 109 per 1000 levendgeborenen, en in Zuid-Azië met 47 procent, van 116 naar 61.

Ook de snelheid waarmee het aantal sterfgevallen onder kinderen jonger dan vijf daalt is toegenomen. In de zuidelijke hoorn van Afrika daalde dit percentage tussen 1990 en 2000 met 1,5 procent per jaar. Tussen 2000 en 2011 is dit percentage meer dan verdubbeld, naar een daling van 3,1 procent per jaar.

Onderwijs aan moeders en kinderziekten
Het onderwijs dat moeders hebben ontvangen is een belangrijke determinant in het verklaren van de ongelijke cijfers. Kinderen van moeders die onderwijs hebben gehad (al is dit alleen basisonderwijs) hebben een grotere kans om te overleven dan kinderen van moeders die niet naar school zijn geweest.

Daarnaast centreert de kindersterfte zich vooral rondom de geboorte. Zo is van de totale kindersterfte het aandeel kinderen dat overlijdt tijdens of rondom de geboorte toegenomen van 36 procent in 1990 naar 43 procent in 2011. Om de millenniumdoelstelling voor alle landen te behalen en de gezondheid van de kinderen in de eerste levensmaand te verbeteren, moet alles op alles worden gezet om de belangrijkste veroorzakers van kindersterfte als diarree, malaria en longinfecties aan te pakken. Want een snellere afname is volgens de VN nodig om het millenniumdoel in 2015 te behalen.

Meer informatie

De Zweedse professor Hans Rosling laat in een fascinerend filmpje zien dat veel Afrikaanse landen de laatste jaren met een eindspurt zijn begonnen en laat hiermee zien dat het vierde millenniumdoel in 2015 nog wel gehaald zou kunnen worden.

Officiële omschrijving van millenniumdoel, subdoelen (targets) en indicatoren

Goal 4: Reduce child mortality

Target 4.A: Reduce by two-thirds, between 1990 and 2015, the under-five mortality rate

4.1 Under-five mortality rate
4.2 Infant mortality rate
4.3 Proportion of 1 year-old children immunised against measles