Korting op hulp gaan we voelen

Diederik Samsom heeft gezegd ‘verdrietig’ te zijn vanwege de uitgebleven stroom van protestmails tegen de korting van 1 miljard euro op ontwikkelingshulp uit het Regeerakkoord. De ontbrekende stem hierover vanuit de samenleving staat in schril contrast met het enorme rumoer over de zorgpremies. Wij zijn daar ook verdrietig over, maar niet verbaasd. In tijden van crisis is het begrijpelijk dat mensen de hand op de knip houden. Dit is ook in lijn met onderzoek van NCDO, waaruit blijkt dat bijna de helft van de Nederlanders vindt dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking verlaagd kan worden.

Het uitblijven van protest heeft verschillende oorzaken. Naast de impact van de economische crisis, overschatten Nederlanders het budget voor ontwikkelingssamenwerking: ze denken dat het budget gemiddeld acht keer hoger is dan daadwerkelijk het geval is. Zeker zo belangrijk is het gebrek aan kennis over het belang van internationale samenwerking. De meeste Nederlanders realiseren zich niet hoezeer hun persoonlijke welvaart mede-afhankelijk is van stabiliteit en welzijn in andere landen. Het geringe aantal reacties op de bezuinigingen is dus niet zozeer een teken van een gebrek aan betrokkenheid, maar eerder een gebrek aan kennis over hoe we allen met elkaar verbonden zijn.

Toch hebben Nederlanders een positieve grondhouding. Dat blijkt uit opinieonderzoek van NCDO (2012): een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking (64%) zegt het (zeer) belangrijk te vinden om arme landen te helpen zich te ontwikkelen. Ook is het niet zo dat Nederlanders alleen in actie komen wanneer het hun eigen portemonnee aangaat: 44 procent van de Nederlandse huishoudens doneert aan ontwikkelingsorganisaties. Volgens de Vrije Universiteit ging het in 2009 om 572 miljoen euro aan particuliere giften. Meer dan de helft van de Nederlandse huishoudens koopt bovendien fairtrade producten en dat percentage stijgt al jaren. MyWorld, het online platform voor particuliere initiatieven voor ontwikkelingssamenwerking, schat dat er in Nederland ongeveer 8.000 van dit soort initiatieven actief zijn.

Gezien de toenemende verbondenheid in de wereld, moeten we ons juist meer inzetten voor internationale samenwerking. Een wereldwijde aanpak van besmettelijke ziektes zoals hiv/aids, Mexicaanse griep en SARS, draagt - nu het internationale verkeer geen grenzen meer kent - bij aan gezondheid in Nederland. Het versterken van de koopkracht in Kenia, is goed voor de Nederlandse export. En effectief waterbeheer in Ethiopië en Pakistan zorgt ervoor dat wij voor een redelijke prijs koffie kunnen drinken en katoenen t-shirts kunnen dragen. Met andere woorden, net als het bezuinigen op de zorg, raken bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking de Nederlander uiteindelijk ook in de portemonnee.

Zoals minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking afgelopen zaterdag op de Afrikadag al zei, voelen Nederlanders zich pas echt betrokken bij ontwikkelingssamenwerking als ze weten dat Nederland en ontwikkelingslanden een gedeeld belang hebben. We benadrukken dan ook graag, dat ontwikkelingssamenwerking niet meer een zaak van daar is, maar ook een zaak van hier. De sleutel daartoe is het stimuleren van het inzicht onder Nederlanders dat ons welzijn samenhangt met dat van mensen elders op de wereld. Deze uitdaging gaat NCDO, centrum voor mondiaal burgerschap, graag aan met de rest van Nederland. Zodat de mailboxen van Samsom en Ploumen overlopen met berichten van burgers die meer willen investeren in internationale samenwerking.

Dit opinieartikel is geschreven door NCDO-medewerkers Christine Carabain, Edith van Ewijk, Gabi Spitz, Kari Postma en Vanessa Nigten. Het is in verkorte vorm geplaatst in dagblad Trouw op zaterdag 24 november 2012.