Samen sterk voor het Zambiaanse onderwijs
In Zambia werkt Nederland sinds lange tijd samen met andere donoren op het gebied van onderwijs. In 2003 tekenden tien donoren met het Zambiaanse ministerie van Onderwijs een overeenkomst om samen de onderwijssector te financieren tot 2008. Nederland leverde met bijna een kwart in 2006 één van de belangrijkste bijdragen en heeft momenteel de leiding van de donorgroep.
Als donoren samenwerken kan er méér bereikt worden en wordt versnippering van de hulp tegengegaan. De rol van de donoren zal in de toekomst steeds kleiner worden om de zelfstandigheid van de Zambiaanse overheid te bevorderen.
Wat is er bereikt?
• De groei van het aantal leerlingen in het basisonderwijs steeg fors: van 1,8 miljoen in 2000 tot 2,9 miljoen in 2005.
• In 2005 gingen 333.000 méér kinderen naar de basisschool dan in 2004.
• Mede dankzij verkorting van de lerarenopleiding van drie naar twee jaar is het aantal leerkrachten toegenomen van 37.000 in 2002 tot 51.000 in 2005.
• Het aantal klaslokalen steeg tussen 2002 en 2005 van 25.000 naar 31.000.
• Het aantal kinderen dat groep 7 afmaakt, is gestegen van 64% in 2000 naar 82% in 2005.
• In de groepen 1 t/m 7 zitten bijna evenveel meisjes als jongens.
Wat moet er nog gebeuren?
• De kwaliteit van het onderwijs is niet hoog: de nationale kwaliteitstoets van 2006 liet zien dat maar een derde van alle kinderen in groep vijf voldoet aan de minimale eisen voor taal en rekenen. Ook krijgen kinderen in de laagste klassen niet meer dan twee tot drie uur les. Nu het aantal schoolgaande kinderen toeneemt, dringt de noodzaak om snel de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dit dient onder meer te gebeuren door het opleiden en aanstellen van meer gekwalificeerde leerkrachten. Ook moet het tekort aan lesmateriaal worden weggewerkt en het aantal lesuren uitgebreid. Ten slotte dient de infrastructuur te verbeteren. Veel scholen hebben nu nog klassen met meer dan tachtig leerlingen, waardoor de kinderen onvoldoende aandacht krijgen.