Statuten NCDO
per 18 mei 2006 van de stichting: Stichting Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) gevestigd te Amsterdam Naam en zetel. Artikel 1. De stichting draagt de naam: Stichting Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). De stichting is gevestigd in de gemeente Amsterdam. Doel. Artikel 2. De stichting heeft ten doel om het maatschappelijke en politieke draagvlak in Nederland voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling te handhaven en te versterken. De stichting geeft uitvoering aan haar doelstelling door brede publiekscommunicatie en –voorlichting, door investeringen in publieke meningsvorming, door (mede-)financiering van activiteiten waarmee burgers vanuit eigen kracht en motivatie hun verantwoordelijkheid nemen en door publieksonderzoek en publicaties. De stichting communiceert over resultaten van inspanningen van overheid en burgers en, in verbinding daarmee, over het Europese internationale beleid. De stichting stimuleert de betrokkenheid van burgers bij, en participatie in, beleid van de Nederlandse overheid. Door de in dit artikel vermelde doelstellingen na te streven draagt de stichting bij aan de realisatie van de doelen zoals geformuleerd in de VN Millenniumverklaring tijdens de VN Millenniumtop van New York 2000. Middelen. Artikel 3. Het doel van de stichting wordt nagestreefd door middel van het stimuleren en coördineren van activiteiten onder meer door: 1. het bieden van een platform en een netwerk; 2. het verrichten van innoverende activiteiten; 3. de financiering van projecten; 4. het coördineren van maatschappelijke initiatieven; 5. het bieden van methodische ondersteuning; 6. het verrichten van activiteiten namens derden. Vermogen. Artikel 4. Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. subsidies, giften en donaties; b. hetgeen op andere wijze wordt verkregen. Bestuur: samenstelling, benoeming en ontslag. Artikel 5. 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste vijf en ten hoogste elf natuurlijke personen. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur. 3. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, en een vice-voorzitter aan. 4. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier jaren en treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk doch ten hoogste éénmaal herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 5. Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surséance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard; c. door zijn ondercuratele stelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest; d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het in het vierde lid bedoelde rooster; e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; f. door zijn ontslag verleend door het bestuur. Bestuur: taak en bevoegdheden. Artikel 6. 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. 3. Het bestuur heeft meer in het bijzonder tot taak: a. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur, alsmede het vaststellen van zijn arbeidsvoorwaarden; b. het nemen van besluiten over financiering van projecten, voor zover het nemen van deze besluiten niet is gedelegeerd aan de directeur van de stichting. 4. Kosten die bestuurders in de uitoefening van hun functie maken, worden hun door de stichting vergoed. Bestuur: vertegenwoordiging. Artikel 7. 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. 2. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders, waaronder steeds de voorzitter of de vice-voorzitter. 3. Het bestuur kan besluiten tot verlening van volmacht aan een of meer bestuurders, alsook aan de directeur, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Bestuur: vergaderingen. Artikel 8. 1. Vergaderingen van het bestuur worden gehouden zo dikwijls de voorzitter, de vice-voorzitter of ten minste twee van de overige bestuurders een vergadering bijeenroepen, doch ten minste éénmaal per jaar. 2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt schriftelijk door de in het voorgaande lid bedoelde personen, dan wel namens deze door de directeur op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse, te bepalen door de directeur. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige bestuurders vóór het tijdstip van de vergadering schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 3. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd. 4. Een bestuurder kan zich door een bij geschrift door hem daartoe gevolmachtigde medebestuurders ter vergadering doen vertegenwoordigen. Onder geschrift wordt te dezen verstaan elk via gangbare communicatiekanalen overgebracht en op schrift ontvangen bericht. Een bestuurder kan slechts één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen. 5. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid leidt de vice-voorzitter deze vergaderingen. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vice-voorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding, tenzij de voorzitter een andere bestuurder met het voorzitterschap van de vergadering heeft belast. Bestuur: besluitvorming. Artikel 9. 1. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande dat op verzoek van een of meer bestuurders stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 2. Voorzover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 3. Iedere bestuurder is bevoegd tot het uitbrengen van één stem. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand van hen een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming. 4. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, kan het bestuur slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering minder dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke tweede vergadering ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordige bestuurders rechtsgeldig kan worden besloten omtrent de onderwerpen welke in de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst doch waarover in die vergadering bij ontbreken van het quorum niet kon worden besloten. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. 5. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 6. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen gehouden. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en worden ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend. 7. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel heeft verklaard. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de directeur een relaas opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering wordt ondertekend. Het aldus vastgestelde relaas wordt tezamen met de in de eerste zin van dit lid bedoelde stukken bij de notulen gevoegd. Bureau van de stichting; directeur. Artikel 10. 1. De stichting kent een bureau ter voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het bestuur. 2. Het bureau staat onder leiding van de directeur van de stichting. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het bestuur. 3. De directeur van de stichting is belast met de aanstelling van het personeel van de stichting, zulks met inachtneming van de door het bestuur terzake gestelde richtlijnen. 4. De directeur fungeert als secretaris van de vergaderingen van het bestuur. 5. De directeur woont de vergaderingen van het bestuur bij, tenzij het bestuur besluit buiten zijn aanwezigheid te vergaderen. Boekjaar, jaarstukken van de stichting. Artikel 11. 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur sluit per de laatste dag van het boekjaar de boeken van de stichting af en maakt daaruit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, een balans en een staat van baten en lasten op over het verstreken boekjaar en een jaarverslag. Deze stukken worden door het bestuur in een vergadering, te houden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behandeld ter vaststelling. Het bestuur zal, terzake van het opmaken van de balans en de staat van baten en lasten, deze stukken doen onderzoeken door een door het bestuur aan te wijzen register-accountant. Deze accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en legt daaromtrent een verklaring af. Het verslag en de verklaring van de accountant dienen ter kennis te zijn gebracht van het bestuur, alvorens deze kan overgaan tot vaststelling van de in dit lid omschreven stukken. 3. Uiterlijk in de maand november van elk jaar stelt het bestuur een begroting op voor het komende boekjaar. Reglementen. Artikel 12. 1. Het bestuur is bevoegd reglementen vast te stellen, waarin nadere regels worden gegeven over het functioneren van de stichting en haar organen. 2. Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of deze statuten. 3. Het bestuur is bevoegd de reglementen te wijzigen of op te heffen. 4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van reglementen is het bepaalde in artikel 14, leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. Statutenwijziging. Artikel 13. 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Het besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste de helft van het totaal aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in de vergadering, waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is, gemeld quorum niet aanwezig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van het bestuur. Bij de oproeping tot de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder van de bestuurders is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden handelsregister. Ontbinding en vereffening. Artikel 14. 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. 2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in het tweede en derde lid van het vorige artikel van overeenkomstige toepassing. 3. Voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting. 4. De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd. 5. Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding de bestemming van het overschot na vereffening vast en wijst tevens een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting aan. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voorzover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder berusting van de door het bestuur in zijn ontbindingsbesluit aangewezen bewaarder. Deze persoon is gehouden binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht zijn aanwijzing alsook zijn naam en adres ter inschrijving op te geven aan het handelsregister. EINDE STATUTEN. - Download statuten NCDO |