Actuele discussies
Over ontwikkelingssamenwerking worden steeds vaker heftige discussies gevoerd. De discussies lijken neer te komen op ‘De hulp werkt wel’ versus ‘De hulp werkt niet’. Maar achter deze ogenschijnlijk eenvoudige tegenstelling schuilt een waaier van meningen en theorieën. De materie is erg complex en onder zowel de voor– als tegenstanders van hulp zijn talloze nuanceringen te vinden. De discussies vinden plaats in het parlement, in de media, op verjaardagen en partijen en vooral in de sector zelf. In vrijwel geen enkele andere sector wordt zoveel gediscussieerd over eigen successen en mislukkingen als binnen de wereld van de ontwikkelingssamenwerking. Een van de moeilijkste zaken is om de effecten van hulp te onderscheiden van andere factoren. Als in een ontwikkelingsland bijvoorbeeld de levensomstandigheden zijn verbeterd, welke rol speelt ontwikkelingssamenwerking dan daarin? Hoe verhoudt de bijdrage van ontwikkelingssamenwerking zich tot andere geldstromen als investeringen en het geld dat migranten terugsturen? Ook blijkt het heel lastig om precies aan te geven welk effect de Nederlandse hulp in een bepaald land heeft ten opzichte van andere donoren. Hoe onderscheid je de Nederlandse hulpeuro van die uit bijvoorbeeld Noorwegen, uit de VS, of die afkomstig van de Wereldbank? Een vaak terugkerende discussie gaat over de vraag welke factoren in Afrika ontwikkeling in de weg staan. Zo worden heel uiteenlopende verklaringen genoemd als de last van het westerse kolonialisme (vanwege kunstmatig getrokken landsgrenzen), handelsbarrières, een andere (lees: minder productieve) arbeidsmoraal, geografische omstandigheden (veel arme landen hebben geen toegang tot zee), een ongunstig klimaat, te weinig bodemschatten, corruptie, slecht bestuur, etnische diversiteit, burgeroorlogen en te weinig ontwikkelingshulp. Dambisa Moyo (zie onder) voegt daar nog aan toe: teveel ontwikkelingshulp. Vaak krijgen de discussies een nieuwe impuls na de publicatie van een (kritisch) boek of proefschrift. Hieronder volgt een overzicht van recente publicaties en discussies. Eleonora Nillesen De econome Eleonora Nillesen promoveerde op 15 juni 2010 in Wageningen op een onderzoek naar causale verbanden tussen hulp, bestuur en burgeroorlogen, getiteld Shocks, Civil War and Economic Development in Sub-Saharan Africa. Er wordt wel gezegd dat ontwikkelingshulp militaire conflicten zou verergeren, omdat de hulp door rebellen gezien wordt als interessante oorlogsbuit. 'Maar er blijkt geen relatie tussen hulp en het ontstaan van conflicten of oorlogen. Meer hulp vergroot juist de kans dat er een einde komt aan langdurige oorlogen' aldus Nillesen. 'Tien procent meer hulp vermindert de kans dat de oorlog het volgende jaar voortduurt met 8 procent punten'. Nillesen onderzocht ook het idee dat hulp corruptie in de hand werkt. Zo stellen de Zambiaanse econome Dambisa Moyo en oud-politicus Arend Jan Boekestijn (zie onder) dat veel hulpgeld terechtkomt in de zakken van machthebbers. Nilessen: 'Mijn onderzoek laat echter zien dat hulpgeld een positief effect heeft op de kwaliteit van bestuur. Met name corruptie neemt tijdelijk af door hulp. De impact is wel klein en na vijf jaar is er geen effect meer meetbaar. Aan de andere kant vind ik geen enkel empirisch bewijs voor het tegenovergestelde idee, namelijk dat corruptie erger wordt door hulp.' Nillesen verklaart de positieve relatie tussen hulp en goed bestuur vooral uit de hogere salarissen die ambtenaren krijgen. 'Daardoor zijn ambtenaren minder geneigd om via andere kanalen zoals omkoperij aan geld te komen.' Het proefschrift kan hier worden gedownload. Zie ook Evert Nieuwenhuis over het boek van Nillesen in OBA-live. Karel van Kesteren In Verloren in Wanorde (mei 2010) beschrijft Karel van Kesteren zijn ervaringen met dertig jaar ontwikkelingssamenwerking, die hij als diplomaat onder meer opdeed in Tanzania, Madagaskar en Colombia. Hij hekelt in zijn boek de nog altijd aanwezige versnippering van de hulp, waarbij zijn kritiek zich vooral richt op de projectsteun. Deze creëert veelal een cultuur van afhankelijkheid en levert volgens Van Kesteren maar weinig blijvende resultaten op. Ook de 'doe-het-zelf-ontwikkelingssamenwerking' moet het ontgelden. Volgens de BZ-diplomaat gelden de bezwaren tegen projectsteun net zo goed de projecten in particuliere hoek: "Ook die dragen bij aan versnippering, overbelasting van de functionarissen van het ontvangende land, corruptie, marktverstoringen, het afhankelijkheidsgevoel van de ontvangers, en het wegzuigen van bekwame krachten uit nationale instellingen. Ook daar past sanering, stroomlijning en bundeling." Van Kesteren breekt daarentegen een lans voor algemene begrotingssteun. Zo wordt door begrotingssteun te geven de democratie bevorderd en corruptie tegen gegaan: "Het donorgeld wordt immers onderdeel van de nationale begroting en die is, in elk geval in Tanzania, voorwerp van discussie in de media en van goedkeuring in het parlement". Van Kesteren stelt dan ook onomwonden: "Wie blijvende ontwikkeling wil bevorderen en de corruptie wil bestrijden, gaat voor [algemene] begrotingssteun". Ook pareert Van Kesteren in zijn boek toenemende kritiek op de millenniumdoelen door te stellen dat deze doelen ook nooit bedoeld zijn als de hele agenda voor ontwikkeling. Hij stelt: "als het goed gaat met de millenniumdoelen, weet je dat het op het veel bredere front van ontwikkeling ook goed gaat. Jammer genoeg zijn er velen die dat niet begrijpen en de [milleniumdoelen] als geïsoleerde doelstellingen zien, waarvoor je specifiek geld moet bestemmen." Ondanks zijn stevige kritiek wil Van Kesteren in tegenstelling tot andere OS-critici beslist niet bezuinigen op het budget voor OS: "De norm dat ontwikkelde landen 0,7 procent van hun bnp aan ontwikkelingshulp behoren uit te geven is helemaal niet overdreven en die behoort dan ook op de internationale agenda te blijven". Lees ook de boekbespreking van Verloren in Wanorde door Rob Visser in Maandblad IS. Theo Ruyter schreef kritische commentaren op wereldburgers.tv en op Updaid.nl. Zie ook het artikel Jaarlijks lekt 40 miljard dollar weg in de Telegraaf. WRR-rapport 'Minder pretentie, meer ambitie' In januari 2010 verscheen het langverwachte rapport van de WRR 'Minder pretentie, meer ambitie' met daarin een kritische analyse van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Het rapport leverde al snel vele reacties en discussies op. Zie voor een overzicht van deze discussies ons dossier WRR-rapport. Wiet Janssen In december 2009 werd de discussie over ontwikkelingssamenwerking aangezwengeld door onderzoeker Wiet Janssen en voormalig VVD-Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn. Wiet Janssen promoveerde in december 2009 op een kritisch onderzoek naar 60 jaar Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, onder de titel 'Management of the Dutch Development Cooperation' (pdf). Volgens Janssen ontwikkelen landen die veel hulp krijgen, zich niet sneller dan landen die het zonder hulp moeten stellen. Het is in zijn ogen eerder andersom. Volgens Janssen, die vele jaren actief was als ontwikkelingswerker, moet ontwikkelingshulp radicaal anders worden. Afrikaanse kinderen moeten al op jonge leeftijd leren hoe ze ondernemer kunnen worden. Met het kleine beetje lezen en schrijven dat ze in Afrika leren, kun je niet in je inkomen voorzien. In het basisonderwijs zou meer aandacht moeten zijn voor het kind als toekomstige ondernemer, aldus Janssen. Janssens promotie stuitte direct op weerstand van vier hoogleraren: Paul Hoebink (Radboud Universiteit Nijmegen), Jan Willem Gunning (VU Amsterdam), Eric Smaling (Wageningen) en Rob Visser (Universiteit Utrecht). Volgens hen heeft Janssen oude bronnen gebruikt en geen eigen onderzoek gedaan. Ook selecteert hij volgens de hoogleraren alleen negatieve bevindingen en meldt hij negatieve bevindingen die niet worden gedragen door eigen onderzoek. Paul Hoebink schrijft in Trouw dat Janssen in ieder geval wel de juiste vragen stelt. In dezelfde krant reageert hoogleraar - en tevens promotor van Janssen - Erik Joost de Bruijn op de kritiek. "Met de kritiek ben ik heel blij”, zegt De Bruijn. „Ik ben blij dat het onderzoek serieus wordt genomen. Want de problematiek is groot. Als daar discussie over ontstaat, verwelkomen wij dat.” In Vice Versa is een kritische bespreking (pdf) getiteld 'Ondeugdelijk onderzoek' van het promotieonderzoek door Paul Hoebink te lezen, evenals de reactie daarop (pdf) van Wiet Janssen. Arend Jan Boekestijn Als woordvoerder ontwikkelingssamenwerking voor de VVD-Tweede Kamerfractie beloofde Arend Jan Boekestijn een kritisch boek te schrijven over de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Dat boek, De prijs van een slecht geweten, kwam er uiteindelijk ook, maar verscheen pas na zijn ontslag als Tweede Kamerlid in december 2009. In zijn boek betoogt Boekestijn dat de hulp in haar huidige vorm arme landen meer schaadt dan baat. Het huidige beleid stimuleert vooral hulpverslaving en houdt dubieuze regimes in stand. Het hulpgeld kan dan ook omlaag en moet niet naar regeringen gaan maar op de private sector gericht zijn. Zo kan economische ontwikkeling ontstaan, aldus het oud-Tweede Kamerlid. In een interview met NU.nl licht hij zijn motivatie om het boek te schrijven verder toe. Het eerste exemplaar van zijn boek overhandigde Boekestijn op 11 december 2009 aan Jan Pronk. De oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking zei te kunnen leven met de helft van de 30 aanbevelingen die Boekestijn doet. Maar Pronk is tegen de verlaging van de internationale afspraak om 0,7 procent van het BNP vrij te houden voor ontwikkelingssamenwerking. "Er is juist veel hulp nodig. Het bedrag moet niet omlaag, maar je moet meer maatwerk leveren. Klein, langzaam maar wel breed, zo hoort het te gaan”, aldus Pronk in de Telegraaf. Dambisa Moyo In het voorjaar van 2009 verscheen het boek Dead Aid van de Zambiaanse Dambisa Moyo, dat wereldwijd veel stof deed opwaaien. In haar boek (in het Nederlands vertaald als Doodlopende hulp) stelt Moyo niets minder dat hulp ontwikkeling remt, corruptie stimuleert en democratie ondermijnt. Volgens Moyo wordt een land dat afhankelijk is van buitenlandse hulp nooit volwassen en wordt de economie eerder verwoest door de buitenlandse geldstroom dan dat het land ervan profiteert. In de ogen van Moyo zouden Afrikaanse landen zich meer moeten toeleggen op handel met landen als China en India. Ook zou het uitschrijven van staatsobligaties een nieuwe inkomstenbron kunnen vormen. De Zambiaanse zet zich verder af tegen popsterren als Bono, die met hun 'glamourhulp' het beter lijken te weten dan Afrikaanse beleidsmakers zelf. Dead Aid leverde pittige discussies op tussen voor -en en tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking. In Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad verschenen kritische recensies van het boek. In oktober 2009 was Dambisa Moyo te gast in Felix Merites voor de globaliseringlezing, waar zij in debat ging met Peter van Lieshout, auteur van het WRR-rapport ‘Ontwikkelingssamenwerking: minder pretentie, meer ambitie’ dat in januari 2010 verscheen. Volgens Van Lieshout heeft hulp wel degelijk bijgedragen aan de verbetering van leefomstandigheden in Afrika. Tegelijkertijd erkent hij met Moyo dat de hulp niet heeft geleid tot economische ontwikkeling. De uitzending kan terug worden gezien op de website van de VPRO. In maandblad IS gaan Dambisa Moyo en schrijfster Marcia Luyten met elkaar in discussie. Krijgt ontwikkelingshulp terecht de schuld van Afrika’s groeiachterstand? Volgens Luyten schenkt Moyo in haar boek te weinig aandacht aan politieke en culturele oorzaken. Historicus Piet Emmer kan zich geheel vinden in de opvattingen van Moyo in een opiniestuk in Trouw. "Gemeten naar het klassieke criterium uit de Europese geschiedenis heeft hulp Afrika niet geholpen. Dambisa Moyo heeft gelijk." Eveneens in Trouw reageert hoogleraar ontwikkelingseconomie Paul Hoebink kritisch op Moyo, die volgens hem geen oplossingen biedt en te weinig steekhoudende argumenten aanvoert. Ook journalist Mirjam Vossen hekelt op haar eigen website de in haar ogen karikaturale, opgeblazen en onjuiste mening van Moyo. “Moyo stelt dat het Westen in de afgelopen zestig jaar een biljoen dollar hulp aan Afrika gaf. Dat is veel geld, maar het is ook niet meer dan wat Obama op dit moment extra in de Amerikaanse economie stopt.” Voormalig Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn kan zich daarentegen op zijn weblog in grote lijnen wel vinden in de kritiek van Moyo. Toch heeft volgens Boekestijn Moyo te weinig oog voor zaken waar hulp werkelijk verbetering heeft gebracht, zoals op het gebied van gezondheidszorg. In The Independent is een recensie te lezen van één van Moyo's professoren Paul Collier. Volgens Collier, tevens auteur van The Bottom Billion, heeft Moyo het op een aantal punten bij het rechte eind. Maar ook is volgens hem de timing van het boek verkeerd. Moyo ziet over het hoofd dat door de wereldwijde crisis is gebleken dat de internationale kapitaalmarkt juist geen oplossing kan zijn voor de financiële problemen van veel Afrikaanse landen. Andere lezenswaardige besprekingen van Dead Aid zijn te vinden op de websites van de New America Foundation, het Center for Global Development en in de Zambian Economist. Zie tenslotte ook de reactie van Dambisa Moyo op kritiek van ontwikkelingseconoom en schrijver van The End of Poverty Jeffrey Sachs in The Huffington Post. Pagina laatst bijgewerkt: juli 2010
|